Nederlandsche Sport (1896) 753

Dublin Core

Title

Nederlandsche Sport (1896) 753

Tijdschrift Item Type Metadata

Titel

Nederlandsche Sport (1896) 753

Jaar van uitgave

1896

Tijdschrift

Nederlandsche Sport

Jaargang

15

Text

Golf en hoe het gespeeld moet worden.

In een der laatste nummers van het Strand Magazine vonden wij een interview, dat de schrijver hield met Tailor, den bekenden beroepsspeler, den huidigen houder van het kampioenschap. Het artikeltje draagt het opschrift: “Golf, and how to play it", en daar het blijk geeft geschreven te zijn door iemand die het spel door en door kent en die de tact had, door het stellen van oordeelkundig vragen, aan den grooten man belangwekkende mededelingen en aanwijzingen te ontlokken, zoo vonden wij het niet ondienstig om het onder de oogen te brengen van onze lezers, onder wie zich, naar wij weten, vele belangstellenden bevinden.

Wij mogen geen aanvang maken met de bewerking van dit artikeltje, alvorens er op gewezen te hebben, dat wij niet hebben getracht de Enge1sche termen te vertalen terwijl wij aanmerkelijke bekortingen aanbrachten, waar in het oorspronkelijke beschrijvingen van plaatselijke bijzonderheden of oordeelvellingen over bijzondere personen werden ten beste gegeven.

De inleiding bevat eene aanduiding van de plaats die golf op dit oogenblik in Engeland inneemt onder de verschillende takken van sport.
Het spel dat oorspronkelijk uit Schotland stamt, maakte in korten tijd opgang en veroverde zich weldra eene vaste plaats naast de overige spelen. Nieuwe gronden werden overal ingericht en het zou moeilijk zijn thans eene stad van eenig belang aan te wijzen die niet haar golf-link bezit.   

De interviewer bezocht de links te Winchester, waar de beroemde professional aan de club is verbonden. Hij ontmoette daar Tailor en opende met hem een discours over het spel, beginnende met het stellen eener vraag, die van Tailor weinig tijds vorderde voor de beantwoording, namelijk: Wat denkt ge van Golf?

Wat ik er van denk, antwoordde hij glimlachend,dat kan ik in weinig woorden zeggen. Ik vind het een van de mooiste spelen, zo niet het beste. Waarom? vraagt ge. Wel, er zijn vele voordelen. In de eerste plaats krijgt men door het spelen van Golf groote spieroefening. Door het loopen van hole tot hole op onze gewone velden legt

men een afstand af van ongeveer drie mijlen, altijd in eene rechte lijn gaande. Maar volgt men zijn bal, waar die ook valt, dan mag men daar nog wel vijf of zes mijlen bij doen. Natuurlijk varieert die afstand. Een goed speler moet zijn bal op een paar pas afstand kunnen doen neerkomen van de plaats waar hij op mikt. Maar een beginner: Nooit weet hij waar zijn bal te land komt. De minste fout in den slag doet den bal soms 90° afwijken. Alles hangt af van den stand van den speler gedurende den slag en van de manier waarop hij zijn club vastgrijpt.

 

Hoe zoudt gij denken, dat het spel moet worden geleerd? Als iemand zich onder mijn leiding stelde zou ik dadelijk met hem rond laan. Ik zou hem gemeenzaam maken met het gebruik van elke club wanneer de gelegenheid daartoe zich voordeed. Nooit zal iemand goed leeren golven als hij bv. een driver neemt, zich oefent in den slag met dezen club en dit volhoudt tot hij denkt, dat hij in dit opzicht volleerd is. Ik zou het aldus doen. De clubs die gewoonlijk worden gebruikt zijn een driver, brassie, driving iron of cleek, lofting iron, putter en somtijds een niblick. Den eerste zou ik gebruiken voor den openingsslag van den tee, of in zeer kort gras; de brassie zou op het tapijt komen, als de bal lag op gras van gewone lengte, terwijl velen een benaderings-shot doen met een iron. De lofting iron dient om de bal over een hindernis te lichten, als men bv. een paar meter van struikgewas of biezen verwijderd is, en de putter is voor ieder noodzakelijk zoodra hij op de green is.

En de niblick? De niblick is een korte, maar zware ijzeren club. Hij wordt gebruikt om den bal uit een put of greppel te halen. Er zijn gevallen dat de bal valt in wat men zou kunnen noemen een zandput. De oppervlakte is hoekig en het geheel bv. een meter hoog. Ligt den bal dan aan den voet in het mulle zand, dan gebruikt men in gunstig geval den iron, maar ligt hij vlak tegen de steile zijde van den zandhoop, dan is het gebruik van den niblick noodzakelijk. Men neemt hem stevig aan het einde van het handvat en slaat scherp naar beneden in het zand, ongeveer 5cM achter den bal. Als die bal goed gespeeld is, rijst de bal in een scherpen boog, voldoende om hem over de hindernis te sturen. Valt de bal in een greppel of een goot, dan speelt men op gelijke wijze. Onderstel dat de bal niet goed gespeeld wordt? Wat dan? Waarschijnlijk breekt ge dan uw club en raakt ge uit uw humeur

Nu, antwoordde Tailor , eenigszins bedachtzaam, geen twee spelers, al zijn zij ook onderwezen door denzelfden trainer, spelen precies op dezelfde manier. De hoogte van een speler influenceert natuurlijk zijn slag, De algemeene regel echter moet zijn, om den steel niet te krampachtig aan te vatten, maar toch stevig genoeg om uitglijden gedurende den slag te voorkomen. Bij den slag met den driver moet de club ver over de schouders worden gezwaaid. De speler moet, dit doende, draaien op den bal van de linker voet, zijne knieën los houden, maar zijne voeten niet bewegen. Dat is het waardoor velen hunne slagen bederven. Zij houden hunne knieën gebogen en hunne voeten niet stevig op den grond.

Te leeren hoe men een bal moet driven, is, vergelijkenderwijs gesproken, gemakkelijk. Het komt er op aan den bal op het groene veld te krijgen en door goed te mikken het hole te bereiken.
De brassie komt in gebruik veel overeen met den driver, maar het gebruik van den putter eischt zeer veel oefening. Om met dit instrument goed te slaan is een quaestie van “oog” en “raken”. Men kan iemand wijzen hoe hij de verschillende clubs moet hanteren, maar er is geen universele weg naar succes. Oefening doet alles. Het is echter een opmerkelijk feit , dat het “korte” spel,- dwz. in de nabijheid der holes - van de beste spelers van onzen tijd, dikwijls zoo zwak is in vergelijking met hun driven.

Om Golf goed te leeren spelen, moet men zoo jong mogelijk leeren spelen - hoe eerder, hoe beter.
Welke houding moet men aannemen om het spel correct te spelen?

 

Als een jongen zoo spoedig hij de school verliet begint, zal hij naar alle waarschijnlijkheid een veel krachtiger en meer geacheveerd spel spelen dan iemand die begint tussen zijn 20ste en 30ste jaar. Waarom?
Omdat hij in staat zou zijn, om meer swing in zijne slagen te leggen, zijne spieren zouden geen tijd hebben om stijf te worden, zijn spel zou vrijer zijn. Andere spelen? Ja, er zijn er eenige, die iemand totaal ongeschikt maken voor Golf. Daar heeft men bv. cricket. Als men het bat hanteert, is het groote doel om den bal neer te houden

buiten bereik der fielders. Bij Golf geldt juist het tegenovergestelde. Men moet onder den bal komen, hem oplichten. Toch zijn er verschillende goede cricketers, die ook goed golfen. Mr.S.M.J. Woods bv. heb ik onderwezen. Hij speelt kapitaal en is een krachtig driver. Zoo zijn er meerderen.

Onder de andere spelen is football te noemen: dit spel heeft naar mijn idee geen invloed op iemands spel. Een roeier is gewoonlijk een goede driver. Het hanteren der riemen heeft de spieren van armen en schouders ontwikkeld.

Een tennisspeler staat er aan bloot, dat hij te stijf is in de schouders, zoodat hij den driver of brassie niet met het noodige gemak hanteert. Wat de lengte der clubs betreft is er inderdaad geen regel. Dit hangt in hoofdzaak van de individuën af. Zoo gebruikt Bernard Sayers, hoewel hij klein is, een langen club. Ik houd het met een van 6 ft. 3 inch.

Is golf mogelijk op bevroren of harden grond? Zeker, hoewel dan groote bedrevenheid noodig is. Onderstel dat men speelt gedurende eene strenge vorst, wanneer de grond zoo hard is als steen.
Maakt men den openingsslag al in de goede richting, waar zal de bal heen springen na zijn neerkomen? De minste oneffenheid maakt dat hij een heel eind wegloopt. Als ik mocht kiezen, dan zou ik zeker een natten grond boven een bevroren grond prefereren. Er zou wel is waar geen “leven” in den grond zitten, maar de bal zou niet zoo onmogelijk wegvliegen, als op een harde bodem; ook zou er meer gelegenheid zijn voor waarlijk goed spel.

Wat nu het maken van een terrein betreft, zoo moet men in de eerste plaats het karakter van den grond nagaan en de beschikbare ruimte overwegen. Sommige velden zijn natuurlijke golf-links. Andere moeten van meet af aan er voor worden ingericht. Het voornaamste is om een goed punt van uitgang te vinden. Voorop staat dat men zoo dicht mogelijk bij het clubhuis of de publieke entrée begint, om den aanvang te vergemakkelijken. Dan kieze men eene geschikte plaats voor den eersten tee, daarna voor den eersten playing-ground. De beste afstanden voor de holes zijn 160, 320, 500 yards, enz. De tweede en volgende holes maakt men op gelijke wijze. Men moet daarbij echter zorg dragen de afstanden te wijzigen in verband met den grond en de hindernissen en ook voorkomen dat men elkander hindert. Men moet dus zorgen dat, wanneer men eene lijn trekt bv. van het 5de naar het 6de hole, die verbindingslijn niet te dicht nadert eene verbindingslijn van een ander tweetal. Deed men dit niet, dan loopt men de kans dat men geraakt wordt en een slag van zoo’n lustig de lucht doorklievende golfbal is werkelijk niet om mee te lachen. Als de links ruw zijn, moeten de holes kunstmatig worden gegraven en aan de bovenzijde met een ijzeren band worden voorzien, om te verhinderen dat deze afbrokkelt. Dan moeten er vlaggen zijn – liefst roode en witte - om de ronden aan te duiden. De putting-grounds hebben speciale zorg noodig. Men moet ze rollen, zorgvuldig gelijk maken en het gras moet zeer kort worden gehouden. Zij moeten zijn als een billart, maar zijn zij eenmaal in orde dan blijven ze het lang en het kost weinig moeite ze goed te houden.

De plaats voor de tees wordt bij elke hole gewoonlijk aangeduid door twee ronde ijzeren of stalen plaatjes, witgeverfd en op den grond bevestigd.
Een kleine doos met zand of teelaarde moet ook bij de hand staan, om er tees van te kunnen maken. Deze moeten gemaakt worden in de vorm van een kegel, waarvan de hoogte voor verschillende spelers varieert.

Liet men den blik weiden over de links, dan ontdekte men kleine wapperende vlaggen, welke de ligging der holes aanwezen. Blijkbaar was een geoefend oog een noodzakelijke gave om het spel zuiver te leeren spelen. Maar Tailor zou mij eene verassing bereiden.

Neen, was namelijk zijn antwoord, toen ik hem vroeg of een scherpe blik een noodzakelijk vereischte was voor een goed speler, ik geloof dat dit niet altijd behoeft. Mijn gezicht bv. is niet al te best. Voordat ik besloot Golf te gaan spelen als beroep, probeerde ik 5 of 6 keer om in het leger te komen. Mijn lengte en longencapaciteit waren voldoende, maar mijn gezicht bleek gebrekkig te zijn. Onder deze omstandigheden geloof ik niet, dat een scherp gezicht iets essentieels is voor het met succes beoefenen van het spel. Natuurlijk zou iemand met een bepaald slecht gezicht daarvan nadeel ondervinden, maar wat ik noodzakelijk vind is een oog, dat den bal kan volgen en dat de toevallige omstandigheden kan opmerken. Dit laatste is een omstandigheid, die maakt dat zoo veel goede cricketers ook goede golfers zijn. Welke is de beste club voor algemeen gebruik vroeg ik hem verder. Wel ik voor mij zou den cleek voortrekken ofschoon daaromtrent de gevoelens wel zullen uiteenloopen. Speelt men met den cleek, zoo krijgt men den drive van den houten club en de benadering van den ijzeren. Daarom krijgt men oefening in deze beide, en ik heb amateurs gekend, die bij gewoon spel steeds den cleek gebruikten. Of iemand die verre drives maakt, veel voor heeft? Ik geloof het niet, ons axioma is, dat hij die de minste fouten maakt, het op den langen duur wint. Al verliest men ook eenige meters bij den drive, een goede speler verbetert zijne positie wel, als hij op het groene veld komt. De verst bekende drive is van 395 yards of ongeveer 360 m. Een aardige afstand voorwaar.

Gevraagd naar de verschillende leeftijden der spelers, welke hij ontmoet had gedurende zijne loopbaan, moest Tailor toegeven , dat er velen onder waren, die niet voor den middelbaren leeftijd begonnen waren en toch zeer goede spelers waren geworden. Maar om bepaald succes te hebben, moet iemand zoo vroeg mogelijk beginnen.

Golf is een spel met gematigden, bezielenden, versterkenden prikkel. Menschen die den driver en den cleek hanteeren, kunnen tot hun zestigste jaar spelen en ontdekken steeds nieuwe jeugd in het volhouden. Eén ding echter moet men in het oog houden, als noodzakelijk. Dat is: men moet zich eene goede leiding verzekeren bij den aanvang. Een slechte gewoonte eens aangenomen, kan nooit volkomen worden afgeleerd.

Hiermede eindigde dit interview, waarvan wij den zakelijken inhoud aan onze lezers hebben willen mededelen. Wellicht zal het voor sommigen eene aansporing zijn, om eens een proef te nemen en zich bij eene der bestaande clubs aan te sluiten. Uit de hiernevens afgedrukte illustraties moge tevens blijken, welke houding men bij de onderscheidene slagen met de verschillende clubs behoort aan te nemen. Het zijn reproducties naar photografische opnamen van Jhr. H. Pauw van Wieldrecht te Zeist. Deze in elk opzicht uitmuntend geslaagde photografiën, zijn genomen op de Golf-links der Doornsche Golf Club.

C.

Files

1896 748 10-11 NS.pdf

Collection

Citation

“Nederlandsche Sport (1896) 753 ,” NGA Early Golf, accessed December 11, 2019, http://www.nga-earlygolf.nl/golfarchief/items/show/2175.

Item Relations

This item has no relations.